De 5-seconden trick voor slotenmaker Wuustwezel

Je woon louter en niemand bezit ons reservesleutel, welke ligt hier immers nog op tafel na ons verlof.

Aangezien muziekmeesters betreffende beroep kende men toentertijd zo ook niet. Mijzelf kan zijn wel gebleken, dat de studenten in dit Fraterhuis in een zang en de muziek werden onderwezen, ook al zongen ze niet meer voor een kerk­dienst mee, zoals de voormalige ‘Broeders des Gemeenen levens’. Daarom komt het mij waarschijnlijk vanwege dat Huygh Pietersz, die zo in de onmiddellijke nabuurschap over genoemde instelling woonde, een man was, die een „eer­bare Jonggesellen binnenshuys instrueerde in de funda­menten aangaande Musijck ende Sang”.

Mr. Willem van der Meer, ‘doctor inde medi­cinen’ volgde en had ten westen tot naastwonende ons ‘glaesmaecker’ wiens huis ‘Inde Blauwe Ruyt’ heette. Alsnog een kleermaker, voorts een ‘schrienwercker’ een slotenmaker, de weduwe met een lijndraaier, en de Kerkstraat kan zijn ten eindpunt.

De net even anders ‘een keel smeeren’, ‘persoon den rug smeeren’ bestaan figuurlijk, maar dit voorschrift betreffende mr Jan bedoelde een wezenlijk inwrijven betreffende ons vettige zelfstandigheid. Ik herinner mijzelf, het medici over later tijd, tot hun stokpaardje dikwijls een sobriquet ofwel spotnaam hebben gekregen. Een, dien je ook niet noemen gaat - nomina sunt otiosa et odiosa - bekwam voor zijn voornaam een qualificatie, ontleend aan 's mans bijzondere voorliefde wegens purgantia.

De Wijnstraat, zoals een Wijnhaven destijds heette, bewandelde dit register betreffende het 14e stadskwartier over ‘Een Gulde Swaen’ richting de Antieke Kerk. Het derde woonhuis betreffende een hoek af geteld, was dit eigendom over een ‘aapteecker’, belendende met het over een ‘suyckerbacker’, een oud-Hollandsche benaming van iemand welke zichzelf thans zodra „banketbakker’ ofwel alsnog liever ingeval ‘confiseur’ betitelt.

Een paar huizen zuidwaarts woonde de toenmalige ‘voorleser in d'antieke Kerck’, welke later aan de westzijde van de Hip­potytusbuurt ons persoonlijk huis betrok. In dit register dat wij volgen, heet hij slechts Guillame; in dit register over de Verponding over 1620 luidt zijn volle titel: Guillame du Rieu ‘voor­leser’.

In de middeleeuwen bestonden daar openbare stoven, waar ieder zich kon kunnen warmen en reinigen anti een geringe toegangsprijs, daar waar later ook met de bak werden gespeeld ofwel ‘een kloot geslagen’.

In het huis, links betreffende het tegenwoordig Gemeenlandshuis aangaande Delfland, met 10 haardsteden, had de oud-Burgemeester Heyndrick Dircxz betreffende Santen zijn huisgoden en familie verenigd. Althans hij woonde daar betreffende bestaan ‘huisvrouwe’, welke een aangifte meer informatie deed.

Franchois Duyst over Santen, die in de jaren 1583 en 1584 burgemeester was. Hoe dat ‘personaege’, die daar ons ‘dienaer’ ofwel lijfknecht op nahield, daar kwam te wonen, mag je ook niet zeggen.

Het huis waarin een weduwe betreffende mr. Corstiaen van der Goes, de vermaarde schout over Delft, zodra huurster hoofdhaar verblijf hield, had doch 8 stookplaatsen en 5 eest. Hoofdhaar echtgenoot bekleedde bestaan ambt met 1562-1577 en was ingeval ketterjager bijzonder gevreesd. Haar huis volgde zuidwaarts op dat met Rijhoven. Het grootste huis tussen de ruime ‘aardse tabernakels’ over het ge­deelte over 't Antieke Delft was het over Michiel Jansz Sasbout, het in vroegere tijden elf, in 1600 negen haardsteden had aan te geven.

Men houde hierbij in 't oog, het daar toentertijd alsnog geen zweem aangaande uniformiteit bestond, althans bij de aanvoerders in het Statenleger, en er nauwelijks reglementaire bepalingen waren welke een uiterlijk enzovoorts aangaande het gevest der degens voorschreven. Een geschiedenis aangaande ieder volk levert trouwens voorbeelden genoeg op met het in praktijk gebrachte: “Regis ad exemplar totus componitur orbis”,

Eindelijk had een toenmalige Secretaris met Hof van Delft, Joachim Jansz. bestaan aardsen tabernakel opgeslagen in een woonhuis met vier haardsteden met een Grote Markt. De vergunning om als secretaris behalve een gemeente te wonen, schijnt destijds, eventjes ingeval nu, overwegend juiste ontbreken met behoorlijke huisvesting op dit platteland hoofdhaar oorsprong en toepassing verschuldigd te zijn geweest. [Het in 1920 geannexeerde Hof over Delft was in 1882 alsnog een buurgemeente betreffende Delft.]

Bestaan naastwonende, in overeenstemming met dit register ‘capiteyn Peuckee’, had in huur het woonhuis, op welks gevelsteen dit instrument was afgebeeld, onder de  mannen betreffende het ambacht mits ‘Spijckerboor’ of ‘Nagelboor’ bekend.

Ik heb ons gigantisch geval. Mijn deur aangaande de slaapkamer kan zijn dichtgevallen buiten klink en toen je net opstond een nachtelijke plaspauze merkte je het iket niet verdere uitkan.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Comments on “De 5-seconden trick voor slotenmaker Wuustwezel”

Leave a Reply

Gravatar