Wat betekent?

Op de noordoosthoek aangaande laatstgenoemde steeg woonde een wielmaker in een huis dat tussen de benaming aangaande ‘’t Soutvatt’ vertrouwd was.

Harman Pietersz ‘platielbacker’ was eigenaar betreffende ons woonhuis met de noordzijde betreffende een grote Broerhuissteeg, terwijl deze alleen teneinde een hoek woonde aan ’t Oosteinde, vijf huizen over een hoek.

De St. Annastraat ontleende haar benaming aan het klooster betreffende die heilige. Voor een opheffing met een conventen werden verder het St. Annaklooster aan zijn voormalige bestemming onttrokken. In Bleyswijcks dagen waren een gebouwen en kloosterterreinen alang ‘geheelijck tot woonsteden en tuynen geaccomodeert’.

In een Pepersteeg woonden 2 kleerma­kers, een schoenmaker en een hoedenmaker in ons persoonlijk huis. De laatste gaf, behalve drie stookplaatsen, ons fornuis aan. Bovendien waren daar een paar bakkers, welke ieder betreffende een paar ovens en ons fornuis werkten.

Ofschoon dit stadsdeel weinig opmerkelijks aanbood om de zorg met ons wandelaar te trekken, wil je er hier nogmaals op te wijzen dat in dat kwartier een kiem moet worden gezocht met ons industrie, die zich betreffende er uit steeds meer en meer ontwikkelende eindelijk een vlucht nam, die met Delft, verder wanneer voortbrengster van aardewerk, heinde en verre roem, verschafte.

Dit schijnt, dat onze slager een welgesteld man was. Uitgezonderd een huis in de Vlouw betreffende 2 haardsteden, bezat deze er nog 3 op de Voldersgracht welke elk over vier stookplaatsen waren voorzien.

Een Papestraet huisvestte personen aangaande allerlei bedrijf. Er vond men ons ‘1indewaeryerster', het wil zeggen een dame welke een linnenwinkel hield. Nader merken we een boekbinder, een hoedenmaker, een wapensmid, een schoenmaker en de weduwe over stadstromper Cornelis Cornelisz. Zijn titel was ‘trompetsteecker ende wachter op den Stadthuystoren’.

Bij bovengenoemde brouwerijen kan zijn er ons, die betreffende ettelijke andere tussen 1600 en 1640 werden uitgebroken, doch wier gevel tot op de huidige dag terug bewondering wekt betreffende al die bouwkundigen en liefheb­bers betreffende schone overblijfselen uit vorige eeuwen.

Naast een brandewijnstoker woonde ons pasteibakker, die met 2 ovens werkte. Aansluitend alweer een koekbakker, een 2e in die buurt. Verder nog een lakenbereider ofwel drapenier, welke ons Delfse industrie uitoefende, waarvan een laatste sporen enige jaren geleden bestaan verdwenen.

‘T Logement over sijne Genaede over Hohenloo’, waarin thans dit Hoogheemraad¬schap aangaande Delfland kan zijn gevestigd, werden ook niet in de belasting aangeslagen, om een eenvoudige reden dat aan gezegd ‘furstelijck personaedgen’ vrijdom daarvan was toegekend.

- In hier de St. Annastraat trof men verder ons ‘hoetstoffeerder’ en twee ‘hoemakers’ met. Zij maakten kennelijk het product dat via een overige betreffende pluimen, hoedbanden en gespen opgesierd werd.

Met een westzijde aangaande ‘de Pluympot’ had ons ‘tapissier’ (tapijtwever) ons huisje met ons haardstede gehuurd. Hij was waarschijnlijk een der werklieden over een beroemden Franchoys Spiering, welke zijn tapijtwerkplaats in dit voormalige Agnietenklooster had. (Zie Oosteinde)

Ook een hierboven genoemde brouwerij de Roslam was het achterdeel van de vroegere brouwerij Een Slange welke oorspronkelijk met een Koornmarkt gevestigd was, maar doorliep tot aan de Antieke

In overeenstemming met het advertentie bezit ze zeker een eerbiedwaardige ouderdom aangaande verdere vervolgens vijf eeuwen achter een rug en kan zijn het oudste monument met dien aard, dat Delft alsnog kan aanwijzen.

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Comments on “Wat betekent?”

Leave a Reply

Gravatar